> “Eerst zien wat het seizoen brengt." Een interview met Erwin Vervecken.
Na twee grootse seizoenen, waarin hij onder andere wereldkampioen en zegekoning werd, had Erwin Vervecken vorig jaar het zwaarste pechseizoen uit zijn lange loopbaan als crosser. De Kempenaar sukkelde met de gezondheid en kreeg de goede vorm maar niet te pakken. Zelf een Spaanse wanhoopspoging om nog een te zegevieren ging aan zijn neus voorbij. Vervecken bleef echter vechten en werd beloond met een ticket voor het WK in Monopoli. Hij bedankte bondscoach De Bie op een perfecte manier. Hij vervolledigde met zijn derde plaats het Belgische podium en mocht toch weer met het brons zwaaien. Dit seizoen moet voor Erwin het seizoen zijn van de comeback. Logischer wijs kreeg hij van SpaarSelect een nieuwe kans om weer terug op niveau te komen. Een Vervecken op niveau moet zeker af en toe roet in het eten kunnen gooien van veelwinnaars Nys en Wellens. Bij het begin van het nieuwe seizoen voelden wij hem al even aan de tand…

GS: Erwin, vorig seizoen was één groot pechseizoen voor jou. Eén overwinning was te weinig voor een topper als Vervecken. Mentaal was het wellicht heel zwaar. Hoe heb je dat toch weten te verwerken?
EV: Mentaal was het vorig jaar inderdaad een heel zwaar jaar.  Ik heb constant moeten vechten.  Enerzijds was er de stress rond het uitblijven van de handtekening op het nieuwe contract bij SpaarSelect, anderzijds de sportieve stress rond de selectie voor de wereldbeker en voor het wereldkampioenschap. Ik heb er inderdaad onder geleden en ik denk dat het de prestaties niet ten goede kwam. Eén overwinning is inderdaad niet veel, maar vooral zo weinig podiumplaatsen (7 t.o.v. 33 het jaar ervoor) was even aanpassen.  Ik was fysiek helemaal niet in orde en snakte constant naar het einde van het seizoen.

GS: Sven Nys en Bart Wellens domineerden het vorige seizoen. Dit jaar lijkt hetzelfde te gebeuren. Toch rekenen er ook veel mensen op jou om hun zegereeksen te doorbreken. Hoe zie jij de krachtsverhoudingen?
EV: Ik zie nog steeds Wellens en Nys de wedstrijden onder elkaar verdelen. Als ik terug op niveau kom, dan hoop ik hen hier en daar eens het vuur aan de schenen te kunnen leggen. Ik kan daarbij altijd rekenen op een snelle laatste ronde en natuurlijk mijn snelle eindspurt. Maar constant op hun niveau draaien wordt waarschijnlijk te moeilijk.

GS: Vorig jaar waren er bij SpaarSelect heel wat strubbelingen. Uiteindelijk werd alles nog opgelost. Kan zo iets dit seizoen terug gebeuren of lijkt in orde?
EV: Bij Spaarselect loopt alles nu terug op wieltjes. Vorig jaar waren er de contracten die moesten vernieuwd worden en al de heisa daar rond. Dit jaar heeft, behalve Peter Van Santvliet, iedereen nog een contract voor ook het volgende seizoen. Het was vorig jaar bij wijlen inderdaad een soap en dat willen we dit seizoen echt wel vermijden.

GS: Het is nog heel vroeg, er zijn amper veldritten gereden, maar welke jongere renner zie je dit jaar doorbreken?
EV: Ik heb in de eerste wedstrijd Wim Jacobs heel goed zien starten. Hij is gebrand op een goeie prestatie in de Superprestige van Ruddervoorde. Ik verwacht dus veel van hem in oktober. Traditioneel valt hij daarna ietsje terug, maar hij is ondertussen een jaar ouder, full-time prof en dat kan wel eens het verschil maken. Ook Wesley Van der Linden zie ik mooie dingen doen. Gisteren trapte hij echter al vroeg zijn ketting over en moest noodgedwongen de strijd staken.

GS: Mario De Clercq is ook dit seizoen weer het ouderdomsdeken van het veldrijden. Welke plaats zal hij nog innemen tussen al dat jong geweld volgens jou?
EV: Mario heeft natuurlijk een moeilijke start gekend door wat hij heeft meegemaakt een paar weken voor de aanvang van het seizoen. (zijn naam werd genoemd in de hormonenzaak rond veearts Landuyt) Maar hij is een vechter en ik zie hem nog meedoen op de kampioenschappen. Vorig jaar was hij al een tikkeltje minder dan de jaren ervoor en misschien zet die trend zich door, maar het blijft dé man van de kampioenschappen.

GS: Je gaat weer een weekendje crossen in de Verenigde Staten. Waarom doe je dat? Waarom ben jij de enige wereldtopper die dat doet?
EV: Ik ben de enige wereldtopper die de oversteek naar Amerika maakt, omdat ik ook de enige ben die ginder rechtstreekse contacten heeft. Ik denk bovendien dat veel jongens hun neus ophalen voor zo'n avontuur. Ik ga ervan uit dat je in je leven dingen zoals dit moet doen omdat het toch een unieke belevenis is. Ik zal het dan ook niet nalaten het in de toekomst nog te doen. Bovendien heb ik natuurlijk ook de ambitie om ginder te winnen, wat normaal gemakkelijker moet lukken dan hier in België. Een paar jaar geleden had ik zo ook contact in Japan om daar een wedstrijd te rijden, maar dat is toen op het laatste moment afgesprongen omdat Heerlen een extra Superprestige-wedstrijd inlaste.

GS: Welke buitenlander kan er naast Groenendaal dit seizoen de Belgen wat weerwerk bieden?
EV: Het is maar zeer de vraag hoe Richard Groenendaal met z'n knieproblemen het Belgisch geweld gaat bestrijden. Maar normaal komt hij wel terug op niveau om af en toe een wedstrijdje te winnen. Daarnaast zie ik ook Petr Dlask terug op het niveau van drie jaar geleden komen en misschien komt er wel één van de jonge Fransen met z'n neus aan het venster piepen. Een Gadret of een Mourey bijvoorbeeld.

GS: Heb je tenslotte bepaalde crossen al met rood aangestipt?
EV: Eerst en vooral is het Belgische Kampioenschap in Lille in m'n eigen geboortedorp. Dat is natuurlijk tof, maar langs de andere kant is dat nu net niet m'n lievelingsparcours. Het WK in Pontchâteau is dat wel en ik hoop daar nog eens een superwedstrijd te kunnen rijden. Maar ondertussen moet ik eerst zien wat het seizoen brengt...

Tekst: Gilles Simonet
Foto: Hans Deveuster