|
Het laatste
decennium delen de Belgen de lakens uit in het
veldrijden. De UCI doet sinds enkele jaren terug
verwoede pogingen om de sport te
internationaliseren. Het bewijs dat het stilaan
begint te lukken zijn de goede prestaties van
een Enrico Franzoï, een Peter Dlask en een John
Gadret. Er zijn echter nog veel landen die nog
mijlen ver achter Nederland, Tsjechië,
Frankrijk, Italië en vooral België hinken. Zo
bijvoorbeeld Denemarken. Nooit echt een
veldritland geweest, maar met Joachim Parbo
hebben ze wel een ambitieuze en enthousiaste
nationale kampioen.
Joachim
Parbo (31) begon in 1997 met mountainbike. In
geen tijd kon hij met de betere mee. In 1999
legde hij zich volledig toe op het mountainbiken. Twee jaar later kreeg hij ook de
cyclocrossmicrobe te pakken. “Dat was toen een
logisch vervolg van mijn ‘adventure racing’. Ik
nam deel aan avontuurlijke wedstrijden per ploeg
van vier. Je moest dagen aan een stuk koersen,
maar niet alleen per fiets. Je moest ook lopen,
klimmen, met de kano varen,… Het gewone
mountainbiken zei me daarna veel minder. Daarom
probeerde ik het eens in het veld. Dat stond me
wel aan.”
In het
‘adventure racing’ behaalde Parbo tot voor 2006
zijn grootste successen. “Ik heb tweemaal de
Arctic Team Challenge in Groenland gewonnen. Dat
is een 240 km lange avonturentocht. Het waren de
zwaarste wedstrijden die ik ooit gereden heb,
maar tegelijk ook de mooiste. Het oosten van
Groenland is zo prachtig. Het is echt mijn
favoriet speelterrein.”
In
2006 zijn werden die twee mooie overwinningen
wel in de schaduw gezet door zijn overwinning in
het Deens kampioenschap veldrijden. “Het was
geweldig. Al vier jaar lang streed ik voor de
titel. Drie keer ging ik naar huis met brons. Nu
is het eindelijk gelukt. Hoewel ons land in dit
wereldje maar weinig voorstelt, ik ben trots op
deze trui.”
Prof is
Parbo nooit geweest. Hij is
zelfs terug gaan studeren. Binnenkort studeert
hij af als licentiaat in de politieke
wetenschappen. “Ik rij nu voor een plaatselijke
club, waar ik ook in het bestuur zit. Ik heb
voor CK Aarhus deuren plat gelopen op zoek naar
sponsors. Na lang werken is het gelukt en nu
leeft de club echt. We hebben 350 leden. Voor
Deense normen is ze ook financieel gezond. Ook
dat vind ik een overwinning op zich.”
In de zomer
houdt Joachim zich vooral bezig met
mountainbiken. “Dit jaar stap ik
daar echter
voor het eerst vanaf. Ik ga enkele
wegwedstrijden rijden voor de CK Aarhusploeg.
Mijn specifieke cross voorbereidingen begin ik
eind augustus. Dan rij ik op mijn crossfiets
door de bossen en velden en loop ik ettelijke
kilometers.”
Enkel in World Cup
Series-wedstrijden is Parbo te zien in de lage
landen. “Ik koers graag in alle landen van de
Europa. Ik koers zowat overal. Ik heb goede
vrienden zitten in Luxemburg, Tsjechië,
Engeland… Dus ik kan overal wel terecht. De
Belgische wedstrijden vind ik uiteraard super.
Het niveau ligt er niet alleen veel hoger, de
aandacht die je krijgt van het publiek is enorm.
Hoewel je enorm hebt afgezien in de wedstrijd,
ben je achteraf wel opgeladen om er weer een
tijdje tegenaan te kunnen gaan.”
In Denemarken zelf betekent
veldrijden amper iets. “Ooit was het anders. Men
kende het veldrijden wel door Henrik Djernis.
Hij was echt een vedette. Hij werd 22 keer Deens
kampioen en won vier wereldtitels in het
veldrijden en het mountainbiken samen. Daar kan
Bjarne Riis zelfs niet aan tippen.” Djernis
stopte in 2001 en daarmee was ook alle aandacht
voor het veldrijden in Denemarken weg. “De
huidige generatie krijgt erg weinig herkenning.
Media-aandacht is zo goed als onbestaande. Het
ergste is echter dat de Deense wielerbond (DCU)
ons helemaal niet ondersteunt en begeleid. Er is
gewoon geen nationale eliteploeg. De voorzitter
van de federatie heeft letterlijk gezegd dat de
Deense veldrijders niet goed genoeg zijn en te
weinig trainen. Ik geloof echt niet dat ze in
andere landen zoveel meer trainen als ik nu al
doe. Het probleem is gewoon dat de bond niet
eens weet hoe ik train. Er is ook geen
veldritcoach, laat staan iemand die recht van
spreken heeft en me kan zeggen hoe ik moet
trainen.”
De
verwoede pogingen van de UCI om de sport
internationaler te maken helpen volgens Parbo
niet. “Ze hebben inderdaad al veel inspanningen
gedaan. En die worden geapprecieerd door de
‘kleinere’ renners, hoor. Alleen zal het in
België en Nederland altijd moeilijk zijn voor de
buitenlanders. De organisatoren spenderen veel
meer geld aan de Belgen en de Nederlanders. Zij
kunnen dat geld ook gebruiken om beter
materiaal, betere verzorging en een goede
entourage te financieren. Natuurlijk gaan ze zo
blijven beter presteren dan de minder betaalde
buitenlanders. Het is een vicieuze cirkel.
“Je mag natuurlijk de Belgische
rijders zelf niets verwijten. Zij kunnen er ook
niet aan doen dat de sport zo populair is en dat
er veel meer geld voor handen is. Buitenlandse
renners moeten trachten hun sport zo interessant
mogelijk te maken voor sponsors. Met meer geld
gaan ze ook beter voor de dag kunnen komen en
meer knowhow kweken. Het is vooral die knowhow
dat van de Belgen zo’n dominante veldrijders
maakt.”
Om veel te verbeteren heeft
Parbo een checklist van wat hij allemaal
ontbreekt. “Ik heb vier essentiële dingen nodig.
Om te beginnen moet ik een coach hebben. Iemand
die het veldrijden kent en die weet hoe ik moet
trainen. Vervolgens heb ik een wagen nodig. Deze
winter is het al gebeurd dat ik de trein heb
moeten nemen om van de ene wedstrijd in Tsjechië
naar de andere wedstrijd in Luxemburg te kunnen
reizen. Dat helemaal alleen en met twee fietsen.
Dat is niet evident. Ten derde heb ik een
mecanicien nodig. Iemand die mij kan bijstaan in
de materiaalpost. Tenslotte zouden enkele
persoonlijke sponsors mij het leven wel
vergemakkelijken.”
Parbo blijft ondanks de
uitblijvende resultaten toch enthousiast en
vooral ambitieus. “In februari wil ik nog enkele
goede resultaten halen. Top20 plaatsen zijn voor
mij al een succes hoor. Naar volgend jaar toe ga
ik me wel volledig concentreren op het
veldrijden. Ik wil met succes mijn
kampioenentrui verdedigen. Ik hoop ook nog veel
bij te leren en zo hopelijk ooit een contract te
kunnen tekenen bij een buitenlandse ploeg. Voor
een buitenlandse ploeg rijden en ook in het
buitenland wonen, dat is echt mijn levensdroom!”
Of we
Joachim Parbo ook aan het werk zullen zien op
het WK in Zeddam eind januari, lijkt erg
onwaarschijnlijk. “Deense veldrijders moeten in
de top dertig kunnen eindigen in het
UCI-klassement. Anders zijn ze niet geselecteerd
voor kampioenschappen. In Hooglede-Gits was ik
pas 32ste. Dat was mijn beste
resultaat in een World Cup Series-wedstrijd. De
kans dat ik alsnog geselecteerd geraak, is dus
heel erg klein.”
Tekst: Gilles Simonet
Foto's: Frank Rud Jensen - Cykel-sport.dk /
Cycloworld.dk |